Showing posts with label christelijk. Show all posts
Showing posts with label christelijk. Show all posts

Sunday, February 25, 2007

Busreis naar de hemel

Het is weer eens van dat typisch Nederlandse winterweer dit weekeinde. Koud, grijs en regenachtig. Zelfs de bloeiende narcissen en de ontluikende knoppen aan de struiken kunnen geen lentegevoel opwekken. Alles is somber vandaag. Hopelijk gaat binnenkort de zon schijnen, zodat we van het komende voorjaar kunnen genieten. Geen weer dat de verlangens opwekt in elk geval. Geen wonder ook dat C.S. Lewis van de hel in zijn boek De Grote Scheiding een eindeloze vervallen stad maakt, waar de lucht altijd grijs is en het altijd regent. Een beter beeld van de hel bestaat er niet volgens mij.
De boeken van Lewis hebben de goede eigenschap dat je ze kunt blijven herlezen. Hoe meer levenservaring en wijsheid je hebt, hoe meer je diepere betekenissen in zijn boeken herkent. Afgelopen week was volgens mij de vierde keer dat ik De Grote Scheiding heb gelezen en nog steeds heb ik niet alles gevat. Natuurlijk is de bijbel nog veel dieper en vol inzicht in het geestelijke leven (en veel belangrijker), maar C.S. Lewis weet de oude waarheden weer op een nieuwe manier te verwoorden. En hij geeft blijk van niet alleen een ongebreidelde fantasie en beeldend vermogen, maar ook van een diep inzicht in de menselijke natuur en de kern van het evangelie: de genade.
De Grote Scheiding is een van de mooiste boekjes van Lewis (ik zeg met nadruk boekje, want met drie tot vier uur lezen heb je het uit). Het beschrijft een busreis uit de hel naar de hemel (geen zorgen, in het voorwoord legt Lewis uit dat het verhaal niet bedoeld is als theologische verhandeling over de hemel. Het is opgeschreven als een droom). Al in de bus beginnen de helbewoners te ruziën, maar het wordt nog erger als ze eenmaal de hemel bereiken. De hemel blijkt namelijk zo 'echt' te zijn, dat de mensen uit de hel niet meer dan schimmen zijn, bijna doorzichtig. Het gras van de hemel steekt in hun voeten, een appel weegt een ton, en wat er zou gebeuren als het regent, daar wil de hoofdpersoon liever niet aan denken... De schimmen worden opgewacht door lichtende figuren, mensen die ze op Aarde gekend hadden, maar die nu hemelbewoners zijn. Deze proberen hen over te halen in de hemel te blijven, om de uitgestoken hand van de genade vast te pakken. Als ze in de hemel zouden blijven, zouden ze namelijk vanzelf ook 'vast' worden. Het lijkt een makkelijke keuze. De schimmen hebben nou niet direkt een prettig leventje om naar terug te verlangen. Maar zo vanzelfsprekend blijkt het niet te zijn. Bijna elke schim keert terug naar de bus, want voor iedereen is er wel iets dat hij of zij niet wil opgeven. De een wil niet af van zijn intellectuele ideeën over God, de ander wil zijn schilderkunst niet opgeven, weer een ander wil de controle over haar zoon niet afstaan en weer een ander verschuilt zich achter een vals front, een toneelspeler, en wil niet zijn eigen persoonlijkheid laten zien. Geen van hen durft erop te vertrouwen dat wat God hen wil geven veel beter en groter is dan alles waar ze zich zo aan vastklampen. En tegelijk wil geen van hen toegeven dat ze uit zichzelf niets kunnen inbrengen in de hemel, dat hun eigen inspanningen, hun eigen kwaliteiten in de hemel niets voorstellen. De dromer krijgt uitleg van George MacDonald (de grote inpiratiebron van Lewis zelf), die uitlegt: 'Niets, zelfs het beste en het hoogste niet, kan verder komen in zijn huidige toestand. En niets, zelfs niet het laagste en dierlijkste, zal niet opnieuw opstaan als het zich in de dood geeft...' Dit verduidelijkt misschien het verschil tussen twee vormen van 'sterven aan jezelf' uit een van mijn vorige berichten. De eerste is een sterven aan zichzelf waarbij het doel is dat er van de menselijke wil en persoonlijkheid niets overblijft, waarbij alleen de Geest van God door de mens heen werkt, zoals water door een buis stroomt. De tweede is het opgeven van controle en zelfbeschikkingsrecht, zoals Jezus uit eigen keus naar het kruis ging. Als je op deze manier je leven aan God overgeeft, krijg je het vernieuwd terug. We zijn een nieuwe schepping. Dat geldt voor alles waar we ons uit onszelf aan vastklampen, ook de moeilijke verlangens waar we soms mee worstelen, dingen die we schijnbaar niet kunnen loslaten. In dit verhaal is er het voorbeeld van een schim die een rode hagadis op zijn schouder draagt, die hem allerlei wellustige fantasieën in het oor fluistert, iets waar de schim niet blij mee is. Maar als een engel hem aanbiedt het beest voor hem te doden, neigt de schim ertoe terug te keren naar de bus, omdat hij denkt zijn metgezel niet te kunnen opgeven. Maar uiteindelijk stemt hij in. De engel doodt de hagadis, maar dan gebeurt er iets wonderlijks: niet alleen neemt de schim een vaste vorm aan, maar tegelijk gebeurt er ook iets met de hagadis: "In plaats van te sterven werd het beest zelfs groter. En het veranderde ook. De achterdelen werden ronder. De staart zwiepte nog, maar werd een staart van paardenhaar tussen geweldige glanzende billen. Ineens schrok ik terug en wreef mijn ogen uit. Wat daar voor mij stond was de grootste hengst die ik ooit gezien had. Zilverwit, met gouden manen en staart... Wanneer hij stampte, schudde de grond en daverden de bomen..." En paard en man spoeden zich naar de bergen aan de horizon. Ik vind het een mooie illustratie van wat er gebeurt als we iets (onszelf) over durven geven aan God: we worden veranderd tot iets moois en krachtigs. Ook uit onze diepste pijn kan iets moois voorkomen, als we het maar durven overgeven. "Wellust is een armzalig, zwak, dreinend, smiespelend ding vergeleken met de rijkdom en kracht van het verlangen dat opstaat als de wellust gedood is." Dat is waar ik naar verlang.
Er zit zoveel in dit boek over de hemel dat het moeilijk is allemaal op te sommen. In elk geval spreekt het mijn verlangen aan. Net als in de Narnia-verhalen beschrijft Lewis de hemel in natuurlijke termen van schoonheid, die me diep van binnen raken. Zoals deze beschrijving van de bergen in de verte, waar alle hemelbewoners naar op weg zijn, hoger op en verder naar binnen: "Heel in de verte echter kon ik iets zien van wat of een grote wolkenbank moest zijn, of een bergketen. Soms kon ik er wouden en afgelegen dalen in onderscheiden, zelfs steden op ontoegankelijke bergtoppen. Op andere momenten was het weer heel vaag... Er rustte een lichtglans op die toppen; de straling ervan veroorzaakte lange schaduwen achter iedere boom op de grasvlakte. Er was geen verandering of voortgang in dat licht, terwijl de uren verstreken. De belofte - of dreiging- van zonsopgang hing daar onbeweeglijk." De glorie die Lewis beschrijft is nog maar een kleine afspiegeling van wat werkelijk komt (de zonsopgang) en valt vanzelfsprekend in het niet bij 'de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden'. Ja, ik verlang naar de zonsopkomst!
Volgens Lewis zullen we in de hemel helemaal onszelf zijn. De vloek van de zondeval, toen Adam en Eva zich achter bladeren en dierenhuiden verborgen, is opgeheven. "In dat land zijn kleren geen vermomming: het geestelijk lichaam leeft in iedere draad en maakt ze tot levende organen. Een gewaad of kroon maakt daar net zozeer deel uit van het uiterlijk als een lip of een oog." Onze echte schoonheid wordt zichtbaar. Als we daar helemaal onszelf zijn, zoals God ons bedoeld heeft, zullen we vanuit het hemelse perspectief dus eindelijk zullen zien hoe al onze ervaringen op Aarde ons hebben voorbereid op onze bestemming, hoe al onze verlangens heenwezen naar de eeuwigheid. In het voorwoord schrijft Lewis: "Ik geloof zeker dat iedereen die de hemel bereikt, zal ontdekken dat wat hij heeft opgegeven (zelfs als dat zijn rechteroog was) niet verloren gegaan is: dat de kern van wat hij (zelfs in zijn meest verdorven verlangens) werkelijk nastreefde, daar boven verwachting aanwezig zal zijn." (N.B. Lewis bedoelt niet dat daar verdorven dingen aanwezig zullen zijn. Elk slecht verlangen is uiteindelijk een perversie, schrijft Lewis, een verwording van iets goeds). Maar net zo zullen de bewoners van de hel als ze zouden terugkijken, zien dat ze al op Aarde een 'hels' leven leidden, een leven waarvan de consequenties hen verder van God zouden afvoeren en verder van elkaar. Dit boek bevat Lewis' bekende uitspraak dat er uiteindelijk maar twee soorten mensen zijn: zij die tegen God zeggen: 'Uw wil geschiedde' en degenen tegen wie God zegt: 'Jouw wil geschiedde'. (Dit hangt ook weer samen met het bovengenoemde thema).
Er valt nog veel meer te citeren, van bijna elke bladzijde. Zoals van die eenvoudige vrouw uit een arme wijk in Londen, die het centrum is van een feestelijke stoet en van wie MacDonald zegt: 'De verloste mensheid is nog jong, ze heeft haar volwassenheid nog nauwelijks bereikt. maar nu is er al genoeg vreugde in de pink van zo'n grote heilige als die vrouwe, om alle dode dingen in het heelal tot leven te wekken.' (het kunstwerk op de foto bij dit bericht was op deze scéne gebaseerd). Maar ik zal me inhouden, anders valt er voor jullie niets meer te genieten als jullie aan dit boek toekomen.
Nog twee verwante items:
- Er wordt een film van dit boek gemaakt. Na het succes van de Narnia-film staat Lewis erg in de belangstelling en kijkt men ook naar zijn andere verhalen. Ik weet niet of het mogelijk is een spannend verhaal te maken uit deze parabel, maar ik ben benieuwd.
- De Grote Scheiding was het onderwerp van een serie kunstwerken op een christelijk festival in de Verenigde Staten. De foto hierboven kwam uit deze serie. De moeite van het bekijken waard. Altijd mooi als christenen op een goede manier met kunst weten om te gaan.

Thursday, January 11, 2007

De hemel en onze verlangens (heaven and our desires)

Ik ben de laatste tijd weer gedoken in de boeken van C. S. Lewis. Die man heeft over veel dingen nagedacht! In de bundel Screwtape proposes a toast zijn een aantal artikelen en lezingen van hem opgenomen. Eentje daarvan is getiteld Transposition. Daarin noemt hij een onderwerp dat nauw samenhangt met het thema van deze blog, namelijk ons verlangen naar de hemel. Vaak spreken wij over de hemel in negatieve termen (de bijbel soms ook), zo staat er ergens dat er in de hemel geen huwelijk meer zal zijn (en dus geen seks?). We zullen geen eten meer nodig hebben, geen slaap, geen drank. Er zal geen tijd meer zijn. 'We weten niet wat we zullen zijn', staat er. Dit maakt het moeilijk om echt naar de hemel te verlangen. Dat deed het in elk geval voor mij. Je zou haast denken dat de hemel een onmenselijke plaats is, waar we ons niet thuis zouden voelen. Onze verlangens zijn namelijk nog zo verbonden aan die aardse dingen. Neem het verlangen naar intimiteit met een ander mens, naar gemeenschap. Als de bijbel zegt dat er geen huwelijk meer is in de hemel, zijn we geneigd te denken dat ons verlangen daarnaar ook niet vervuld zal worden. Dat we in de hemel afgesneden zouden zijn van iets dat voor ons als mensen juist heel belangrijk is.
Begrijpen jullie het probleem? Lewis legt uit dat de eeuwigheid wel anders zal zijn en groter dan ons aardse leven en onze aardse verlangens, maar dat die er toch mee te maken hebben. Hij geeft als voorbeeld lijnen op papier. Twee lijnen die elkaar in een punt treffen kunnen een driehoek vormen, of een pijlpunt, maar ze kunnen ook een weg uitbeelden die bij de horizon komt. De lijnen kunnen een afbeelding zijn van een driedimensionale realiteit, terwijl ze tegelijk niet te onderscheiden zijn van een tweedimensionaal voorwerp. Een 'platlander', iemand die alleen in twee dimensies leeft, kan het verschil tussen die twee niet zien. Als je hem wijst op de tekening van de weg, zal hij zeggen: "Dat is precies hetzelfde als de driehoek, of de pijlpunt." Stel dat je hem zou willen overbrengen naar een driedimensionaal bestaan (dat veel groter en mooier en uitgebreider is). Dan zou je hem moeten zeggen: "Het driedimensionale bestaan bestaat niet uit driehoeken of pijlpunten, uit rechte lijnen die elkaar kruisen. Hier zijn de echte wegen, die naar de horizon lopen." Maar hij zou het niet kunnen bevatten. Want de enige manier waarop hij iets zag van die weg was in die tweedimensionale vorm, die precies lijkt op die pijlpunt of driehoek. Dus hij zou wanhopig zijn. Terwijl hij in werkelijkheid iets veel mooiers en groters tegemoet gaat, iets waarin hij in terugblik de samenkomende lijnen zou kunnen herkennen, maar dat tegelijk in drie dimensies onvoorstelbaar veel meer is dan lijnen op papier.
Zo is het ook voor onze verlangens. Bijvoorbeeld het verlangen naar de intieme relatie van het huwelijk, of naar sexualiteit. Als de bijbel zegt dat er in de hemel geen huwelijk meer is, betekent dat niet dat we naar een minder menselijk of minder intiem bestaan worden overgebracht. Het betekent gewoonweg dat wat ons verlangen naar het huwelijk op aarde representeerde maar een zwakke afspiegeling is van wat ons in de hemel te wachten staat.
Maar Lewis kan het zelf nog veel beter uitleggen:
Let us construct a fable. Let us picture a woman thrown in a dungeon. There she bears and rears a son. He grows up seeing nothing but the dungeon walls, the straw on the floor, and a little patch of the sky seen through the grating, which is too high up to show anything except sky. This unfortunate woman was an artis and when they imprisoned her she managed to bring with her a drawing pad and a box of pencils. As she never loses the hope of deliverance she is constantly teachin her son about that outer world which he has never seen. She does it very largely by drawing him pictures. With her pencil she attempts to show him what fields, rivers, mountains, cities and waves on a beach are like. He is a dutiful boy and he does his best to believe her when she tells him that that outer world is far more interesting and glorious than anything in the dungeon. At times he succeeds. On the whole he gets on tolerably well until one day, he says something that gives his mother pause. For a minute or two they are at crosspurposes. Finally it dawnson her that he has, all these years, lived under a misconception. "But", she gasps, "you didn't think that the real world was full of lines drawn in lead pencil?" "What?" says the boy. "No pencil-marks there?" And instantly his whole notion of the outer world becomes a blank. For the lines, by which alone he was imagining it, have now been denied of it. He has no idea of that which will exclude and dispense with the lines, that of which the lines were merely a transposition - the waving tree-tops, the light dancing on the weir, the coloured three-dimensional realities which are not enclosed in lines, but define their own shapes at every moment with a delicacy and multiplicity which no drawing could ever achieve. The child will get the idea that the real world is somehow less visible than his mother's pictures. In reality it lacks lines because it is incomparably more visible. So with us. "We know not what we shall be", but we may be sure we shall be more, not less, than we were on earth.

[The last couple of months I have immersed myself in the books of C. S. Lewis again. That man has thought about a great couple of things! In the collection Screwtape proposes a toast a couple of his essays and lectures are brought together. One of those is called Transposition. In it he identifies a subject that is closely connected to the theme of this blog, being our desire for heaven. For often we speak about heaven in negative terms (as does the bible), for example the verse that there will be no more marriage in heaven (and by implication no sex) We will not need solid food anymore, no sleep, no drink. Time will not be anymore. 'We do not know what we will be,' the bible says. That makes it hard to really desire heaven. It did with me. You would be easily tempted to think heaven will be an inhuman place, where we would not feel at home. Our desires are still connected to those earthly objects. Take the desire for intimacy with another human being, to communion. When the bible says there will be no marriage in heaven, we of ourselves would tend to think the desire for it will not be fulfilled. That in heaven we would be seperated from something very important to us humans.
Do you see the problem? Lewis explains that even though eternity will be different and larger compared to our earthly life and earthly desires, there will still be a connection. As an example he talks about lines on paper. Two lines that come together in a point can make a triangle, or an arrow point. But they could also represent a road that reaches the horizon. The lines could be a picture of a three dimensional reality, and in the mean time they cannot be seperated from a two dimensional drawing. A 'flantlander', someone who only lives in two dimensions, cannot see the difference between the two. When you point him to the drawing of the road, he will say: 'that's exactly the same thing as the triangle or the arrow point.' Imagine you would want to transport him to a three dimensional way of existence (which would be much larger, and more beautifull). You would have to say to him: "The three dimensional existence does not consist of triangles or arrow points, of right lines coming together. Here are the real roads that reach the horizon." He would not be able to understand. Because the only way in which he had seen something of the road was in it's two dimensional form, that resembled the arrow point or the triangle. So he would despair of hope. When in reality he would enter something much more beautifull and fulfilling, in which he looking back would recognize the lines coming together, but at the same time it would be so much more than a drawing on paper.
The same is true for our desires. For example our desire for the intimate relationship of marriage, or for sexuality. When the bible says there will be no more marriage, it does not mean we will be transferred to a less human or less intimate existence. It just means that what our desire for marriage represented on earth is only a faint shadow of what waits for us in heaven.
But Lewis is far better at explaining, in the passage above...]

Tuesday, January 09, 2007

Jezus en de vampieren (Jesus and the vampires)

Ja, zo'n titel laat je even nadenken hé? Laat ik je geruststellen, dit boek gaat niet over 'Jesus the vampire slayer', of 'Jesus the daywalker'. Maar het is een makkelijke grap, als je kijkt naar de schrijfster. Anne Rice is toch vooral bekend vanwege haar vampierenromans. Interview with a vampire is zelfs verfilmd met onder andere Tom Cruise. Nu ben ik geen liefhebber van horror, dus ik had nooit gedacht dat ik ooit een boek van Rice zou lezen. Maar al in 2005 las ik ergens dat ze een boek zou gaan schrijven over Jezus. En dat boek heb ik onlangs dus gelezen.
Nog interessanter dan het boek is eigenlijk de ontstaansgeschiedenis ervan. Anne Rice heeft die uitgebreid beschreven achterin het boek. Christ the Lord out of Egypt blijkt het resultaat van een lange geestelijke ontwikkeling. Rice was opgegroeid in de katholieke kerk, maar had op gegeven moment het geloof vaarwel gezegd. Ze was getrouwd met een uitgesproken atheist. En schreef de bovengenoemde vampierenthrillers (en onder pseudoniem nog minder verkwikkelijke boeken). Maar er waren twee dingen gaande: ten eerste zijn de verhalen over vampieren gestoeld op religieuze concepten, vooral uit de katholieke kerk (hee, het is geen wonder dat gewijd water en kruizen helpen tegen de bloedzuigers). Eigenlijk gaat het over het verkrijgen van eeuwig leven, maar daardoor gedoemd te zijn tot een eindeloze nachtmerrie. Ten tweede houdt mevrouw Rice erg van het doen van historisch onderzoek voor haar verhalen. Ze probeert altijd zo realistisch mogelijk te zijn. Tijdens het onderzoek van een van haar boeken over de geschiedenis van de Joden kwam ze onder de indruk van de tegenslagen die dat volk geleden heeft: verbanningen onder de babyloniërs, griekse bezetting, uiteengeslagen onder de romeinen, kruistochten en holocaust. Het voortdurende bestaan van het Joodse volk was voor haar het bewijs dat God moest bestaan. Ze sloot zich opnieuw aan bij de katholieke kerk, maar zonder in Jezus te geloven. Maar voor haar volgende boek wilde ze schrijven over Jezus. Ze begon aan haar studie in de verwachting dat de wetenschap duidelijk zou aantonen dat Jezus niet had bestaan, of in elk geval maar een gewone rabbi uit galilea was. Wat ze ontdekte was anders. Na de dood van haar man (die haar bemoedigde in haar studie) wijdde ze zich grondig aan de literatuur. Ze concludeerde dat de evangeliën geschreven moesten zijn voor de val van Jeruzalem en dat hun verslag over het leven van Jezus betrouwbaar moest zijn. En ze besloot een boek te schrijven, niet over een alleen maar menselijke Jezus, maar over de Jezus van het evangelie: God en mens in één persoon. Ze gaf bovendien aan niet meer terug te keren tot haar vampierenseries. (Niet dat het onvoorstelbaar zou zijn voor een christen. Zoals ik zei: de vampieren mythologie heeft christelijke connecties). Het is altijd iets bijzonders als een bekende persoonlijkheid, een schrijver, musicus of wetenschapper, zich tot God keert. Ik heb als christen bijna een minderwaardigheidsgevoel, waardoor ik nauwelijks geloof dat iemand anders tot geloof zou kunnen komen. Maar als God bestaat, wat ik geloof, dan is dat natuurlijk de gewoonste zaak van de wereld. En waarom zou een bekend iemand niet tot dezelfde ontdekking komen als al die mensen die bij mij in de kerk gedoopt worden? Dezelfde ontdekking als ikzelf gedaan heb? Het gebeurde bij C.S. Lewis, bij Johnny Cash, bij Cliff Richard, bij progressive rocker Neil Morse en nu dus bij Anne Rice. (Wanneer komt Stephen King?). Dit is dus een bemoediging. Bovendien is het altijd mooi dat deze mensen niet de bagage van de hele christelijke subcultuur meenemen als ze over hun nieuwe ontdekking schrijven. Ze spreken niet in 'christianese', ze gebruiken niet de 'tale kanaäns', de cliché's en bekrompenheden van het 'christelijke genre'. Ik geniet daarvan.
Ik weet niet goed hoe de typische Anne Rice-fans dit boek hebben opgepikt, maar ik heb ervan genoten. Het is natuurlijk niet niks een boek te schrijven uit het gezichtspunt van Jezus zelf. Maar waarom niet? De bijbel zegt dat hij volledig mens is geworden. Dat hij zich heeft 'ontledigd'. Dit verhaal gaat over een jaar uit het leven van Jezus, van zijn zevende tot zijn achtste, en beschrijft hoe zijn familie en hij terugkeren uit Alexandrië in Egypte naar Nazareth. Onderweg raken ze betrokken bij opstanden in Jeruzalem en worden ze bedreigd door de romeinse soldaten. Maar dat is niet de spil van het verhaal. De belangrijkste verhaallijn is het mysterie van Jezus' geboorte. Zijn ouders hebben hem niet verteld wat er in Bethlehem gebeurt is. Maar de jonge Jezus vangt flarden op over engelen, herders en Perzische astrologen. En iets over een gruwelijke daad van Herodes. Tegelijk worstelt Jezus met zijn bijzondere gaven. Een van zijn buurjongens valt dood neer, maar wordt door hem genezen. Hij vraagt om sneeuw, en het sneeuwt. Kan hij zijn gave zomaar blijven gebruiken? Alles komt samen in Jeruzalem, waar Jezus in de tempel het advies zoekt van de rabbi's.
Het boek toont mooi hoe Jezus opgroeit. In het begin is hij nog een jongetje, dat in tranen uitbarst en achter de rokken van zijn moeder schuilt. Aan het eind komt hij tot een acceptatie van zijn bestemming en is hij zijn jeugdige onwetendheid kwijt. Deze verandering komt ook tot uiting in de schrijfstijl. Door het hele boek is die simpel, eenvoudig, met korte zinnen en aanduidingen en eenvoudige beschrijvingen, maar complexer aan het einde. Rice heeft duidelijk een kind van zeven aan het woord willen laten. Het maakt het boek helaas iets minder meeslepend dan het het had kunnen zijn, maar gelukkig werkt de kwaliteit op andere terreinen voldoende als compensatie.
Zo schetst Rice een heel compleet beeld van de wereld van de eerste eeuw en van het Joodse leven. Jezus groeit niet alleen op bij Jozef en Maria, maar in een hele familiegroep, met de broers van zijn ouders en hun kinderen (die er ook bij waren in de stal, zeven jaar eerder). De leden van de familie werden allemaal heel levend beschreven. Ik vond vooral Cleopas sympathiek: Godvrezend, maar soms ook cynisch. Jezus komt in Alexandrië bij de filosoof Philo en volgt les in de synagoge. De verschillende reinigingsrituelen worden mooi beschreven, net als de liefde van de hoofdpersonen voor de Tenach, de hebreeuwse bijbel. Het helpt om een levendiger beeld te vormen van de tijd waarin Jezus leefde. Het is als het ware een vervolg op de film The Nativity Story, die ook een realistisch beeld gaf van het leven in die tijd.
Maar ook in theologisch opzicht was dit boek voor mij meeslepend. Ik vond het niet zo storend dat Rice momenten uit apogriefe geschriften gebruikte voor het beschrijven van Jezus' vroege wonderen. Hoewel ik niet geloof dat die verhalen betrouwbaar zijn, weten we niks over deze periode. En toch heeft Jezus in één van deze jaren ontdekt dat hij de Zoon van God was (want op zijn twaalfde zegt hij tegen zijn ouders: "Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?"). We hebben als christenen soms een te verheven beeld van Jezus. Hij was namelijk in de stal van Bethlehem volkomen baby. Het is moeilijk voor te stellen, maar God heeft het hele bestaan als mens meegemaakt. Van begin tot einde. Ik vond het ook mooi hoe Rice al een vooruitwijzing toevoegt naar de verzoeking in de woestijn, als Jezus in een droom een engelachtig figuur ziet, die hem voorhoudt dat zijn werk zinloos zal zijn. Mooi om de duivel nu eens niet als rood monster met bokkenpootjes tegen te komen, maar als lucifer, die hij werkelijk was. Maar met die valse schoonheid van trots en hoogmoed en eigenzucht die hem eigenlijk lelijk maakt. En ik genoot van het moment als Jezus zich daadwerkelijk toewijdt aan zijn Vader en uitspreekt dat hij alleen wil doen wat de Vader wil dat Hij doet. Mooi. En een paralel met wat God van ons vraagt: ons afhankelijk van hem op te stellen.
Volgens Anne Rice (die al in de zestig is) is dit het eerste deel van een trilogie. Ik ben benieuwd naar het volgende deel! En naar de film, waar al aan gewerkt wordt.

[The title made you think, didn't it? Let me reassure you, this book is not about 'Jesus the vampire slayer', or 'Jesus the daywalker'. But it's a cheap shot to make, considering who's the author. Anne Rice is chiefly known for her vampire novels. Interview with a vampire is even filmed with among others Tom Cruise. As I don't like horror novels, I would never have thought I'd read a book by Rice. But in 2005 I read somewhere she was working on a novel about Jesus. That's the book I read somewhere in the past few days.
I think the history behind the book is even more interesting than the novel itself. Anne Rice describes the background in the back of the novel. Christ the Lord out of Egypt turns out to be the result of a long spiritual development. Rice was raised in the catholic church, but had put her faith aside. Married to an atheist, she wrote the vampire thrillers mentioned above (and under a pseudonym even books with a more unsavoury subjectmatter). But there were two things working on. Firstly stories about vampires are based on religious concepts, often from the catholic church (it's not an accident holy water and crucifixes are used by vampire hunters). I think they're about living forever, but by that desire being doomed to a lifeless existence. Sencondly miss Rice loves doing research for her stories. She always tries to be as realistic as possible. Doing the research for a novel about the history of the Jews she got impressed by the adversity this people had to suffer: banishment among the babylonians, greek occupation, dispersal in the roman empire, crusades and the holocaust. She concluded that the continuing existence of the Jewish people was proof of Gods existence and rejoined the catholic church, but without believing in Jesus. For her next novel she wanted to write about him. She began her studies expecting Jesus was not historically real, or he was no more than a regular galilean rabbi. But she discovered something different. After her husband's death (he had encouraged her to go on) she threw herself on the literature. She concluded the gospels must have been written before the fall of Jerusalem and their description of the life of Jesus must have been accurate. She then decided to write a book, not only about a human Jesus, but about the Jesus of the gospel: God and man in one person. And she said she wouldn't return to her vampire series. (Not that it would be bad if she did. As I said: the vampire mythos has christian connections). It's always special when a celebrity, an author, musician or scientist turns to God. I think I have an inferioritycomplex as a christian, which makes me doubt anyone else coming to belief in God. But if God exists, as I believe he does, then it would be the thing to expect. And why should a well known person not come to the same discovery as all those people babtized at my church? The same discovery I did? It happened with C.S. Lewis, Johnny Cash, Cliff Richard, progressive rocker Neil Morse and now Anne Rice. (When will Stephen King follow?). It's encouraging. And I like the fact that these people don't come with all the luggage of the christian subculture on their shoulders when writing about their discovery. They do not talk 'christianese', they don't use church language or the cliché's and boundaries of the christian genre. I like it.
I don not know how the typical Anne Rice-fans thought about this book, but I enjoyed it. It's not easy to write a novel from Jesus' point of view. But why not? The bible says he became fully human. He has humbled himself. This story tells about a year of Jesus' live, his seventh to his eight year, and describes how he and his family return from Alexandria in Egypt to Nazareth. On the way they are involved in a rebellion in Jerusalem and haunted by roman soldiers. But that's not the core of the story. The most important plot is the mystery of Jesus' birth. His parents didn't tell him what happened in Bethlehem. But the young Jesus hears whispers about angels, shepherds and Persian kings. And something horrible about Herod. At the same time Jesus tries to cope with his special gifts. One of the neigbourhood kids falls down dead and is resurrected by Jesus. He asks for snow and it snows. Can he go on using his gifts this way? Everything comes togehter in Jerusalem, where Jesus in the temple asks the advice of the rabbi's.
The novel shows beautifully how Jesus grows up. At the beginning he is still a little boy, easy to cry and hiding with his mother. At the end he comes to accept a bit of his destiny and has lost his youthfull ignorance. This change is visible in the way the book is written, simple, with short sentences and not very elaborate descriptions, but at the end it's more complex. Rice clearly tried to capture the voice of a seven year old. I think it makes the book a little less compelling than it could have been, but I think it's quality on other fronts compensates for this.
Like the way Rice paints a very complete image of the first century world and Jewis life. Jesus isn't just raised by Joseph and Mary, but in the complete extended family, with the brothers of his parents and her childeren (who were also at the manger, seven years before). All members of the family are vividly drawn: I liked the godfearing, but sometimes cynical Cleopas a lot. Jesus visits the philosopher Philo in Alexandria and goes to the synagogue to be schooled in the Torah. All the different rituals of purification are nicely described, and the love the protagonists have for the Tenach, the jewish bible. It helps is developing a lively image of the time of Jesus' life. It is like a sequel to The Nativity Story, that also tried to give a realistic image of first century life.
But I found the novel also compelling in its theology. I didn't really mind Rice using moments from apogryphical writings in describing some of Jesus' early miracles. Though I do not believe these stories to be historically reliable, we don't know anything else about this period of Jesus' life. Still, in this period he must have discovered he was the Son of God (for when he is twelve he says to his parents: "Did you not know I had to be at the house of my father?"). As christians we sometimes carry a mental image of Jesus that is all too exalted. In the manger of Bethlehem he was completely an infant. It's hard to imagine, but God had gone through the whole of human existence. From beginning to end. I liked how Rice added a hint forward to the temptation in the desert, when Jesus meets an angelic figure in a dream, that tells him his work will be meaningless. Good to see the devil not as a red monster with goats legs, but as lucifer, who he was. But with the false beauty of pride and selfishness, that makes him really ugly. And I enjoyed the moment Jesus does give himself over to his father and says he only wants to do what God wants him to do. Beautifull. And it parallels what God asks of us: to be dependant on him alone.
According to Anne Rice (who is in her sixties) this is the first part of a trilogy. I look forward to the next part. Oh, and to the movie, which is apparently already in the works.]

Saturday, December 30, 2006

Verlaat kerstbericht (belated christmas message)

Kerst is misschien al weer een paar dagen voorbij, dat wil niet zeggen dat het kerstverhaal opeens onbelangrijk is geworden. Terwijl om mij heen knetterende vuurpijlen ontploffen en de oliebollen en appelbeignets klaar liggen in de koelkast, keer ik terug naar tweede kerstdag, toen ik met mijn familie naar de film was (op het ongebruikelijke tijdstip van tien over twaalf). Sinds de eerste Lord of the Rings-film is het een soort onofficiële traditie om met kerst naar de film te gaan. En dit keer was de film wel heel toepasselijk. The Nativity Story gaat namelijk over het kerstverhaal (dat is de betekenis van de titel natuurlijk). Ja, kerst is zo'n commercieel geheel geworden dat je er moeite voor moet doen te bedenken waar het eigenlijk om gaat: de geboorte van Jezus. Niet alleen in een sentimenteel verhaal, met schaapjes en herdertjes en vrede op Aarde, maar op een concrete plek, in een concrete tijd. Als er iets is dat deze film waardevol maakt is het de herinnering aan de historische werkelijkheid van de geboorte van Jezus, en de onvriendelijke omstandigheden van die tijd.
Maar eerst een herinnering: op de basisschool kregen we eens de opdracht een opstel te schrijven over kerst. Als schrijver in de dop schreef ik een verhaal over de drie wijzen uit het Oosten, de perzische astronomen, die een bijzondere ster hadden waargenomen. In mijn verhaal hadden ze onenigheid over de ster, en over de betekenis ervan. Één van de wijzen moest zijn vrienden ervan overtuigen dat het ging om iets belangrijks. En uiteindelijk gaven de anderen toe. Het verhaal eindigde ermee dat ze hun kamelen zadelden om op reis te gaan. Deze film toont precies hetzelfde als wat ik bijna twintig jaar geleden al schreef! Er zijn kennelijk meer mensen met goede ideeën.
Is The Nativity Story de beste film ooit? Nee, dat niet.
Is het de beste Christelijke film ooit? Het is volgens mij geen 'must see' voor christenen. The Passion betekende echt iets voor mijn geloof, hoe controversieel Mel Gibson ook is, maar The Nativity Story is niet op een zelfde manier ingrijpend. Trouwens, geen enkele film is een 'must see'. Er moet helemaal niets, en al helemaal niet om studiebazen inkomsten te bezorgen.
Is het dan de beste film over kerst die ooit gemaakt is? Zelfs daarom moet ik antwoorden met 'nee'. In mijn optiek geeft de SF-film Children of Men een duidelijker beeld van de hopeloosheid van de mensheid, de duisternis van de wereld die een verlosser nodig heeft en van de status van Jozef en Maria als vluchtelingen. Van de geboorte van een baby in Children of Men was ik meer onder de indruk dan van die in The Nativity Story.
Naar mijn bescheiden mening (wat plezierig dat ik die op mijn blog onbescheiden mag ventileren!) was het einde van de film net iets te sentimenteel: op gegeven moment toont het scherm het traditionele beeld van de kerststal: de wijzen uit het oosten aan één kant, de herders aan de andere kant, Jozef en Maria en Jezus in het midden, met een enkele straal helder licht door het dak. En in de schaduwen een os en een ezel. Eh... Niet bepaald realistisch. Vooral als je bedenkt dat de wijzen waarschijnlijk pas in Bethlehem kwamen toen Jozef en Maria er al een huis betrokken hadden.
Maar dat betekent niet dat ik het een slechte film vond. Verre van dat. De film gaat er juist over hoe het tafereel, dat iedereen kent uit kinderbijbels en plaatjesboeken, tot stand is gekomen. En in dat opzicht is hij erg sterk en ook ontroerend. Het begint met de kindermoord in Bethlehem (gelukkig vooral suggestie), om de harde werkelijkheid van het kerstverhaal te accentueren. Dan gaat het een jaar terug in de tijd, naar Nazaret, waar de soldaten van koning Herodes hardhandig de belasting innen. Maria wordt in beeld gebracht als een meisje van 15, 16 (realitisch), die hard moet meewerken voor het onderhoud van haar familie. Het hele leven van een galilees dorp rond het begin van de jaartelling is trouwens overtuigend in beeld gebracht: het malen van graan, het melken van geiten, het vertrouwen op God. De huizen en kleren lijken authentiek, en volgens mij ook de eerste keer: de mensen hebben een oosters uiterlijk, compleet met donkere huidskleur! Geen blonde mensen met blauwe ogen in deze film. Ook wordt Jeruzalem (historisch correct) weergegeven als wereldstad, met mensen van allerlei nationaliteiten en een levendige handel (en zakkenrollers). En Herodes bouwt aan zijn paleis in Massada, waar hij overigens nooit heeft gewoond.
Maria wordt uitgehuwelijkt aan de timmerman Jozef, maar ze heeft daar, begrijpelijk, moeilijk mee, want hij is behoorlijk wat ouder dan zij. De verloving zal een jaar duren. Dan wordt ze bezocht door een engel (noot voor de geeks: gespeeld door Alexander Siddig, die ook speelt in Star Trek - Deep Space Nine: Dokter Bashir), die haar aankondigt dat ze de zoon van God zal dragen. Maar ze heeft beloofd aan Jozef trouw te zullen zijn! Ze vindt pas zekerheid bij haar oudere nicht Elizabeth, die op late leeftijd zwanger is geworden. De vreugde van deze twee vrouwen, dat ze zijn opgenomen in de grotere bedoeling van God, is heel ontroerend. Ook Zacharia's vreugde over zijn zoon Johannes is tastbaar. Maria keert terug naar Nazaret, maar tegen die tijd is al duidelijk zichtbaar dat er iets met haar aan de hand is. Haar ouders geloven haar niet ('Het was toch niet een soldaat van Herodes?'). Ook heel realistisch. Hoe zouden ouders van nu reageren als hun tienerdochter zwanger blijkt te zijn, en zegt dat het van God komt. Ze waren in die tijd heus niet dom. Ook Jozef is als rechtschapen man diep in zijn eer gekwetst, maar hij wil haar niet laten vervolgen. Haar keus kan ertoe leiden dat ze gestenigd wordt, zo zijn de wetten in die tijd. Pas als ook hij een engel ziet, begrijpt Jozef dat Maria hem trouw is gebleven. Ondertussen moet Maria ook nog leren van Jozef te houden. Samen trekken ze naar Bethlehem, weg van de beschuldigende en wantrouwende blikken van hun dorpsgenoten. Zelfs al voor zijn geboorte heeft Jezus het moeilijk gehad: zijn ouders werden met de rug aangekeken, koning Herodes maakte jacht op een komende messias, en in Bethlehem was er geen herberg meer open...
Door de hele film heen blijkt de verwachting onder de Joden, dat er een verlosser zal komen. Verschillende malen worden profetieën aangehaald, die het diepe verlangen van het volk uitdrukken. Maar tegelijk is er de nadruk dat het werk van God niet opvallend is of sensationeel. Hij spreekt niet in de donder of in het vuur, maar in het 'suizen van een zachte koelte'. En de verlosser is er voor iedereen, voor de hogen en de lagen, voor de koninklijke astronomen uit het Oosten en de verachte herders. En hij kwam niet om met geweld te regeren, maar om te lijden. (Maria en Jozef komen voorbij enkele gekruisigde opstandelingen. Een mooie verwijzing.) In die zin is de film wel degelijk aangrijpend: het is allemaal echt! Jezus is écht gekomen. God zelf is vlees geworden. Niet om ons te oordelen, niet om ons de les te lezen, niet met legioenen zwaar bewapende engelen, maar als een baby en uit liefde. Om ons te redden.
Ik weet niet goed wat ik hierover moet schrijven. Tegelijk kan ik hierover blijven doorgaan. Het is immers het breekpunt in de geschiedenis. Er was een tijd dat God geen deel had aan zijn schepping en er is nu een tijd dat God zelf zijn schepping is binnengekomen en onder ons is komen wonen. God werd werkelijk 'one of us. Just a slob like one of us', zoals het radioliedje zegt. Hij is werkelijk dichtbij gekomen, benaderbaar geworden. Hij is Immanuël, wat betekent: God met ons. Wauw!

[Christmas may be a few days past, but that doesn't mean that the story of christmas has suddenly become unimportant. As around me the first fireworks start to go off I return to the second day of Christmas when I want to the cinema with my family (at the unusual time of ten past twelve). Ever since the first Lord of the Rings-movie it has been a kind of unofficial tradition to go the the movies with christmas. And this time the movie was certainly topical. For The Nativity Story is of course about the nativity story. Christmas has become such a circus of commerce that it's rather hard to realise what it is all about: the birth of Jesus. Not in a sentimental picture book story, with little sheep and sheperds and peace on earth, but at a specific place in a specific time. If there is one thing that makes this movie worthwile, it's the reminder of the historical reality of the birth of Jesus and the rather un-sentimental circumstances of that time.
Bu first a memory of mine: at school we once got the assignment to write a story about christmas. As a budding author I wrote about the three wise men, the persian astronomers, who had seen a special star. In my story they argued about it and its meaning. One of the wise men had to persuade his friends it was important. And finally they gave in. The story ended with them packing their camels to travel. This movie shows the same things I wrote about almost twenty years ago! Seemingly there are more people with good idea's.
Is The Nativity Story the best movie ever? No, it's not.
Is it the best christian movie ever? No, I don't think it's really a must see for christians. The Passion really ment something to my faith, however controversial Mel Gibson may be. The Nativity Story wasn't touching in the same way. More: no single movie is ever a 'must see'. Nothing 'must be seen', and especially not to provide for the studio bosses.
Well then, is it the best christmasmovie ever made? Even to that question my answer must be 'no'. I think the SF-movie Children of Men gives a clearer image of the hopelessness, the darkness of a world that needs a saviour and the position of Joseph and Mary as fugitives. I was more impressed by the birth of a baby in Children of Men than in The Nativity Story.
In my humble opinion (and it's nice to share it on my blog) the end of this movie was just a bit too sentimental. One image shows the characteristic view of the nativity: the wise men on one side, the shepherds on the other, Joseph and Mary and Jesus in the middle, with a single beam of light through the roof. And in the shadows the donkey and the oxen. Not really realistical. Especially if one reminds himself that the wise men probably only reached Bethlehem when Joseph and Mary had their own house there.
But in no way do these comments meen I thought it a bad movie. The movie is about how that traditional image everybody knows from children's bibles and storybooks, came to be. And in that respect I found it good and touching. It starts with the murder of the children in Bethlehem (luckily mostly suggestion), to accentuate the tough reality of the story. Then it travels back in time for a year, to Nazaret, where the soldiers of king Herod collect the taxes roughly. Mary is shown as a girl of 15, 6 years old, who has to work to keep her family going. The life of a galilean village around the start of our calender, is impressively realised on screen: the grain, the goats, the trust in God. The houses and clothes seem authentic to me, and I think for the first time the people actually look oriental, complete with a dark complexion. No blonde haired, blue eyed westerners around. And Jerusalem is shown (correctly) as a metropole, bustling with people of all nationalities and a lively commerce (and pickpockets). And Herod builds a palace in Massada, even though he would never actually live there.
Mary is promised to carpenter Joseph, but, understandably, she findst that hard to accept, as he is a bit older than she is. The engagement will last for a year. Then she is visited by an angel (geek-alert: played by Alexander Siddig, also appearing in Star Trek - Deep Space Nine: Doctor Bashir), who tells her she will carry the son of God. But she promised to be true to Joseph! She finds security with her older cousin Elisabeth, who has become pregnant in her old age. The joy of these two women, who are taken up in the larger story of God, is very touching. I also thought Zacharia's joy about his son John is touchable. Mary returns to Nazareth, but at that time it's clear something is the matter with her. Her parents do not believe her ('I was not a soldier of Herod, was it?). How would parents of this age react when their teenage doughter turns out te be pregnant and tells them it's the work of God? They were really not stupid then. Joseph is deeply hurt as the righteous man he is, but he doesn't want te have her be punished. Her choice could earn her a stoning, such were the laws in that day. Only when he sees an angel too, Joseph understands Mary has remained faithfull to him. In the mean time Mary has to learn to love Joseph in return. Together they travel to Bethlehem, away from the accusing and condemning looks of their fellow villagers. Even before he was born, Jesus went through some hard times: his parents were shunned, king Herod hunted a coming Messiah and there was no room for them to stay...
All through the movie the expectation among the jewish people that a redeemer will come becomes clear. Several times profecies are quoted, that give words to the deep desires of the people. But at the same time it's accented that the work of God is not impressive or sensationalistic. He does not speak in thunder or in fire, but in 'a still small voice'. And the saviour is coming for everybody, for the high and the low, for the kingly heathen astronomers and the despised shepherds. And he did not come to rule with power, but to suffer. In a nice touch Joseph and Mary pass a few rebels who are crucified at the side of the road. In that respect this movie is really emotionally engaging: it's all real. Jesus has really come. God himself has put on flesh and blood. Not to condemn us, not to teach us a lesson, not with legions of well armed angels, but as a baby and out of love. To save us.
I'm at a loss for words really, and at the same time I coul continue endlessly. For this is the dividing moment in history. There was a time God did not take part in his creation, and now there is a time God has entered his creation and has come to live among us. God did really become 'one of us. Just a slob like one of us', as the song suggests. He really came close to us, approachable. He is Immanuel, which means: God with us! Whoa, that's really something! ]

Friday, December 22, 2006

Levensveranderende boeken, deel IV (life changing books, part IV)

Ja hoor, daar zijn we weer! Welkom bij de vierde en (voorlopig) laatste aflevering van 'levensveranderende boeken'. Uw presentator voor vandaag: Johan Klein Haneveld. Geef hem een warm applaus! Dank u, dank u. Gaat u toch zitten...

Ahem...

Zonder verdere ophef verder met weer een boek van John Eldredge. Ik kan er niets aan doen, maar zijn boeken hebben mijn denken over het christelijk geloof echt ingrijpend veranderd. Niet eens omdat hij zulke radicaal andere dingen beweert, maar meer vanwege de manier waarop hij ze presenteert: in een toegankelijke stijl en met talloze voorbeelden uit zijn leven en uit films en boeken. Bovendien heeft hij een manier van uitdrukken, waardoor ik steeds bij mezelf denk: 'Hee, zo had ik het nog niet bekeken...' Het derde boek dat ik van hem las (toen ik eenmaal fan van hem was), was The journey of desire. Op de een of andere manier had ik het beeld gekregen dat in het christelijke geloof verlangens maar eng waren. Ze zouden me van God afvoeren en het was het beste maar niet te veel te willen en te voelen. John Eldredge legt uit dat God ons geschapen heeft met onze verlangens. En dat achter veel van onze 'oppervlakkige' verlangens veel diepere verlangens schuilgaan. En dat God degene is die uiteindelijk al deze verlangens zal vervullen. We moeten leren aan de ene kant van onze verlangens bewust te worden, aan de andere kant ermee te leven dat ze nu niet vervuld worden. Dit is inderdaad een reis, maar het einddoel is geweldig. De hemel is de plek waarvoor we zijn geschapen, het slot waar de sleutel van ons verlangen helemaal in past.

Voor de historische correctheid moet ik hier nog een boek van Eldredge noemen, en wel Waking the dead. 'Wat een occulte boeken heb je in je kast staan,' zei mijn broer laatst. 'Doe je soms in het geheim aan voodoo?' Daarover kan ik jullie gerust stellen, voor zover ik weet verricht ik geen enge rituelen. En in elk geval gaat dit boek daar niet over. De doden waar het over gaat zijn wij. Volgens Eldredge zijn wij als de mensen in de matrix: blind voor de grotere wereld om ons heen. Hij zegt dat onze ogen moeten opengaan voor het grotere verhaal. Alle epische verhalen kennen drie overeenkomsten: de held ontdekt een grotere wereld, waarvan hij het bestaan hooguit vermoed had, maar die wel degelijk realiteit is. In deze grotere wereld is een strijd aan de gang. Het is oorlog. En de held heeft een belangrijke rol te vervullen in die strijd. Zo moeten wij ook ons leven gaan zien. Ons leven heeft een bovennatuurlijke dimensie, het is groter dan alleen werken, eten en slapen. Maar tegelijk is er een strijd aan de gang. God en zijn engelen bestaan echt, maar de satan en zijn handlangers ook en zijn voeren oorlog tegen de heiligen. En wij hebben een belangrijke rol in die oorlog. Dit boek opende mijn ogen voor de geestelijke strijd (die ik ook prompt ging ervaren) en voor de werkelijke aanwezigheid van God in mijn leven. Ook een die ik regelmatig herlees.

Dan een boek van Leanne Payne: Gods tegenwoordigheid geneest. Mijn ouders waren al langer heel enthousiast over Payne en haar conferenties en boeken, dus besloot ik uiteindelijk ook maar eens te lezen waar het over ging. Om eerlijk te zijn: dat was niet zo makkelijk. Payne's schrijfstijl staat mijlenver af van die van Eldredge. Het is duidelijk dat ze beschikt over uitgebreide theologische, filosofische en psychologische kennis, maar tegelijkertijd gaat ze daar nogal associatief doorheen. Ik moest erg aandachtig lezen, met een potlood in de hand, om haar bedoeling te begrijpen. Maar soms is het goed als je ergens wat meer moeite voor moet doen. In elk geval pikte ik uit haar werk wel belangrijke concepten op. Dat ons denken en voelen wordt bepaald door de beelden en symbolen in ons hart. Dat verkeerde symboolsystemen, beelden van God, jezelf, de wereld enzovoorts, leiden tot problemen. Dat we dus een 'hersymbolisering' nodig hebben. Dat God daarvoor onder andere verhalen gebruikt, kunst, maar ook andere mensen en de sacramenten. En vooral: een ontmoeting met zichzelf. De aanwezigheid van God ervaren is werkelijk genezend. Deze moet ik ook weer eens gaan herlezen.

Op een heel ander terrein ligt het boek onder redactie van o.a. Cees Dekker: En God beschikte een worm. In dit boek schrijven negentien christenwetenschappers over de verhouding tussen schepping en evolutie en tussen godsgeloof en atheisme. Vroeger las ik veel boeken over het creationisme: een leer die de traditionele schepping in zes dagen probeerde op basis van wetenschappelijke bevindingen te bewijzen. Al sinds een jaar of acht, negen geloof ik niet meer dat zoiets mogelijk is. Ik heb geaccepteerd dat het God het heelal en het leven heeft geformeerd in een proces, met gebruik van de natuurwetten (die zoals C.S. Lewis schreef de beschrijvingen zijn van wat God doet in de wereld), en dat dit niet de waarde van schepping of van de mens teniet doet. Ik heb geleerd Genesis 1 niet als een wetenschappelijke tekst te lezen, maar meer als gedicht. De waarheden die er in staan zijn waar, maar het zijn geen letterlijke waarheden. Dus ik geloof dat God alles geschapen heeft, dat ik een schepsel ben en niet God zelf, dat God de mens en mij gewild heeft als zijn beelddragers en dat ik daardoor waardevol ben. In dit boek vond ik aansluiting bij andere christenwetenschappers, die hier ook over hadden nagedacht, en tot de conclusie kwamen dat goede wetenschappelijke theoriën en goede bijbeluitleg elkaar niet hoeven tegenspreken. Een langere ontstaansgeschiedenis van het heelal is prima in overeenstemming te brengen met het christelijk geloof. De ware scheidslijn is die tussen het theïsme, dat de natuur ziet als iets dat God heeft gemaakt, en het atheïsme, dat alles terugvoert op toeval. Daartussen is geen verzoening mogelijk.

Tenslotte wil ik wijzen op een boek van Dallas Willard: The divine conspiracy. Ik kende dit boek vooral omdat John Eldredge het aanhaalt, dus toen ik het een paar maanden geleden tegenkwam, heb ik het direct gekocht. En het is als een soort frisse bries. Willard is filosoof en voorganger en hij combineert een heel heldere, goed onderbouwde schrijfstijl, met een realistische kijk en invoelingsvermogen. Hij benoemt een aantal problemen die ik heb met de manier waarop sommige christenen het evangelie presenteren. Hij noemt dit 'evangeliën van zondemanagement'. En hij stelt daar tegenover het 'evangelie van het koninkrijk'. Jezus is gekomen om ons deel te laten uitmaken van zijn koninkrijk, en om ons te maken tot mensen die daarin thuishoren. De bekende bergrede beschrijft het leven in dat koninkrijk. Maar we moeten het niet opvatten als een nieuwe wet, maar als een beschrijving van de mens die in dat koninkrijk leeft. Als we in Jezus geloven, veranderen we in mensen die op Hem lijken. Mensen dus die van nature bereid zijn van wraak af te zien, de extra mijl te gaan en hun vijanden als medemensen te behandelen. Dit was voor mij echt een nieuwe visie. Het is nog te vroeg om daarvan de gevolgen te kunnen beschrijven. Maar ik kan dit boek wel aanraden. Ikzelf wil het komend jaar in elk geval nog een keer lezen (het komt ook uit in het Nederlands. Misschien kan ik er een recensie over schrijven).

[Yes, we are back! Welcome to the fourth (and last) instalment of 'life changing books'. Your host for today: Johan Klein Haneveld. Give him a warm welcome! Thank you, thank you, do sit down...

Ahem...

without further ado we continue with another book by John Eldredge. I can't help it, but his books have really changed my way of experiencing faith. Not really because what he teaches is radically different, but more because of the way he represents these truths: accessible, with countless examples from his life and from books and movies. Coupled with that he has a way of putting things wich makes me say to myself: 'Hey, I didn't really think about this before...'. The third book of his that I read (after I became a fan), was The journey of desire. One way or the other my christian upbringing had cultivated in me the thought that in my faith desires were circumspect. They would pull me away from God and it was best to not want and feel too much. John Eldredge explains how God created us, including our desires. And how behind a lot of 'superficial' desires hide more deeper ones. And that God is ultimately the one who will fulfill them. In the mean time we have to learn to cultivate our desires, but on the other hand live with the fact they will not all be fulfilled in this life. That is a journey indeed, but the goal of it is great! Heaven is the place we were created for, the lock in which the key of our desire fits.

To be chronologically correct I have to mention another John Eldredge book: Waking the dead. 'You have some very occult books', my brothere remarked a few days ago. 'Do you practice voodoo in secret.' Well, rest assured, as far as I know I'm not involved in scary rituals. And in any case that's not what this book is about. The dead it talks about are we. According to Eldredge we are like the people in the matrix: we are blind to the larger world around us. He says our eyes have to be opened to the larger story. Alle epic stories share three characteristics: the hero enters a larger world, he had previously only heard about, but which is real none the less. In this larger world there is a battle raging. It's war. And the hero has an important role to fill in that battle. This is the way we have to experience our lives. Our lives are part of a larger dimension. They're more than just working, eating and sleeping. But in the same time there's a battle going on. God and his angels are real, but also satan and his minions, who wage war on the saints. And we have an important part to play in this war. This book opened my eyes to spiritual warfare (and I started to experience it in earnest) and Dit boek opende mijn ogen voor de geestelijke strijd (die ik ook prompt ging ervaren) and to the real presence of God in my life. This is also one I reread regularly.

Then a book by Leanne Payne: The healing presence. My parents were very enthousiastic about Payne and her conferences and books, so finally I decided to read what they were all about. To be honest: that was not very easy. Payne's style is mile away from that of Eldredge. It's clear she has a wide knowledge of philosophy, theology and psychology, but she explores that knowledge associatively. So I had to read very carefully, pencil ready, to gather her intentions. But sometimes it's good to have to work for something. I did start to appreciate a lot of important concepts from her books. The way our thoughts and feelings are for a large part influenced by the imagery and symbols in our hearts. That incorrect symbols, images of God, yourself, the world et cetera, lead to all kinds of problems. That we need to be re-symbolized. That God uses for example stories, art, but also other people and the sacraments. But most of all: a relationship with himself. To experience the presence of God is truly healing. This is one I hope to reread soon.

On a wholly different subject is a Dutch book put together by Cees Dekker and others: En God beschikte een worm. In this book nineteen Dutch christian scientists (scientists who are christian) write about the relationship between creation and evolution and between faith in God and atheism. I used to read a lot of books about creationism: which tries to prove the traditional view of creation in six days from scientifical data. Since some eight or nine years I do not think this is possible anymore. I have accepted that God has created our world and life in a process, using the laws of nature (which describe the way God acts in nature, as Lewis wrote), and that this does not diminish in any way the intrinsic worth of creation or mankind. I have learned to read Genesis 1 not as a scientific treatment on creation, but more as a poem. The truths in it are really truths, but they are not litteral, scientific truths. So I believe that God created all, that I am his creature and not God, that God wanted mankind and me to be the way we and i am, as his imagebearers, and that I have worth as a person because of that. In this book I found connection with other christians and scientists who also had put a lot of thought in this subject and concluded that good scientific theories and good exegesis do not contradict each other. A longer history of the universe does not contradict christian faith. The important divide is between theism, which views Nature as something God created, and atheism, which puts co-incidence as the power behind all. There's no middel ground between these two views.

Finally I want to point to a book by Dallas Willard: The divine conspiracy. I knew this book because John Eldredge quoted from it, so when I found it a few months ago, of course I bought it. And it's like a fresh breath of air. Willard is a philosophist and a pastor and he combines a clear, well researched way of writing, with a realistic view and pastoral feeling. He names some problems I have with the way some christians present the gospel. He calls it a 'gospel of sin management'. In the place of that he puts the 'gospel of the kingdom'. Jesus has come to let us participate in his kingdom and make us into the kind of people that belong in it. The well known sermon on the mount describes the way of life in that kingdom. But we should not see this as a new law, but as a description of the men and women who live in the kingdom. If we have a relationship with Jesus, we will change into people that are like Him. People who are naturally inclined to put aside hatred, walk the extra mile and treat their enemies like fellow human beings. This was an eye-opener to me. It's too early yet to describe the consequences of it, but I know I can recommend this book. I want to reread it next year myself, as it will appear in a dutch translation and I think I will write a review.]

Wednesday, December 20, 2006

Levensveranderende boeken, deel III (life changing books, part III).

Terwijl buiten aan de horizon de kantoorgebouwen van Rotterdam boven de mist uitsteken als de torens van een mysterieus kasteel, ga ik verder met de eerste officiële serie op mijn blog. En hoe dichter we bij het heden komen, hoe groter de dichtheid van boeken die mijn denken hebben veranderd. Ik hoop natuurlijk dat het is omdat mijn denken er nu meer voor openstaat om veranderd te worden, maar het kan ook zijn dat mijn geheugen tekort schiet.

Ongeveer drie jaar geleden leende ik van een vriend het boek Classic Christianity van Bob George. Ik worstelde namelijk in die periode nog steeds met de vraag hoe ik als christen kon leven. Ik was overtuigd van het belang van de genade, ik wist uit mijn 'bijbelstudieperiode' dat puur plichtsgevoel niet voldoende was, en ik was allergisch voor wetten en regels. Maar hoe kon ik dan wel leven? Dit boek sprak me heel erg aan omdat de schrijver uit een zelfde achtergrond kwam. Hij had jaren geleefd op plichtsgetrouwheid en eigen inspanning, tot hij er achter kwam dat hij van God vervreemd was. Bob George gebruikt bijbelteksten, levendige voorbeelden en gesprekken met cliënten om te laten zien wat volgens hem het authentieke christelijke leven dan wel is. Hij legt uit dat door het werk van Jezus er een grote uitwisseling heeft plaatsgevonden. Jezus heeft mijn zonden gedragen, en ik heb de heiligheid van Jezus gekregen. En ik mag mezelf nu zien als een nieuwe mens, een geliefd kind van de vader. Dat is een heel ander zelfbeeld dan ik lange tijd had. Vervolgens zegt de bijbel: "U bent licht in de Heer. Wandelt als kinderen van het licht." Bob George verwoordt dit zo: "Je bent geen rups meer, maar een vlinder. Blijf daarom niet meer op je blad zitten, maar vlieg!" Een leven zonder God past gewoon niet meer bij me. Ik mag ervoor kiezen te leven naar de persoon die ik werkelijk ben. Ik heb ervaren dat dit heel bevrijdend werkt.

In mei 2004 bezocht ik een conferentie die mij altijd bij zal blijven. Een van de redenen is dat ik daar mijn eerste boek van John Eldredge kocht. Ja, die naam wordt vaker genoemd op deze blog, en voor een reden. Het boek dat ik op deze conferentie aanschafte was Wild at Heart. Een vriend van me had me dit boek aanbevolen door te zeggen dat de schrijver veel films aanhaalde. Dat intrigeerde me natuurlijk wel. Wild at Heart gaat over mannen. Volgens Eldredge kennen mannen drie diepe verlangens: naar een strijd om in te vechten, een avontuur om in te leven en naar een schoonheid om voor zich te winnen. In dit opzicht toont de man het beeld van God. Helaas is het beeld van God in de man beschadigd door negatieve woorden en oordelen die hij hoort uit de maatschappij, maar vooral door zijn vader. Het goede nieuws is dat God ons wil herstellen, hij wil die wonden in ons hart genezen, zodat we vrij in het leven kunnen staan. Dit was de eerste keer dat ik hoorde wat het betekent om man te zijn en dat het iets goeds was. En dat de verlangens in mijn hart niet kinderachtig waren, maar het beeld van God weerspiegelden. Wauw! Ik heb dit boek ondertussen wel vier keer gelezen...

Op dezelfde conferentie kocht ik het boek De waarde van Zelfrespect van Bruce Narramore. Ik worstelde dat jaar behoorlijk met een negatief zelfbeeld en ik had nog steeds ergens de gedachte dat de bijbel me niet toestond positief over mezelf te denken. In dit boek legt Narramore uit dat we juist veel respect voor onszelf mogen hebben, net als voor andere mensen, omdat wij en zij naar het beeld van God zijn geschapen. Hoe diep we ook zinken, dat verandert niet. Hij ontkracht de dwaalleer van de 'zelfverzaking', die zegt dat we slecht over onszelf moeten denken en onszelf moeten afleggen voordat God door ons kan werken. Nee, God heeft ons ieder afzonderlijk naar zijn beeld gemaakt, en Hij houdt juist van ons. Afgelopen maand heb ik dit boek opnieuw gelezen en het sprak me weer heel erg aan. Nu herkende ik vooral zijn beschrijving van de mechanieken waardoor een negatief zelfbeeld ontstaat: hoe je een 'ideaal zelf' ontwikkelt aan de hand van verwachtingen van je ouders en de maatschappij, een ideaal waaraan je nooit kunt voldoen, en hoe je vervolgens jezelf straft als je van dat ideaal afwijkt. Voor mij was het heel verhelderend en het gaf mij de wil en overtuiging om dat valse ideaal en straffende zelf af te werpen.

Omdat ik altijd een grote liefhebber ben geweest van SF- en fantasyverhalen, heb ik vaak nagedacht hoe ik mijn liefde voor de verbeelding in relatie kon brengen met mijn christelijk geloof. Nu was J.R.R. Tolkien natuurlijk mijn grote voorbeeld (The Lord of the Rings heb ik nu vier keer gelezen, en een vijfde keer staat op stapel). En ik was dus ook blij toen ik een boek met sprookjes van hem zijn essay tegenkwam: Over Sprookjesverhalen. Ik heb dit geschrift uitgebreid bestudeerd en behandeld op een studiekring over Tolkien, omdat hij prachtig uiteenzet waarvoor we sprookjes, mythen en legendes nodig hebben. Ten eerste om een heldere blik op de werkelijkheid te behouden, zodat vertrouwde, afgestompte begrippen en waarden en normen weer voor ons gaan leven. Ten tweede om te laten zien dat onze wereld niet alles is, om ons te herinneren aan dingen die mooi en belangrijk zijn. Dat is een heel gezonde vorm van escapisme, die ons laat terugkomen met de drang onze situatie te veranderen. Ten derde om ons verlangen op te wekken. Ten vierde om te herinneren aan de troost van het 'happy end', de plotselinge wending ten goede. En dat is een overeenkomst met het evangelie, die op het dieptepunt eindigde met de opstanding. Over Sprookjesverhalen hielp mij de waarde van fantasie te begrijpen. Het boek Orthodoxy van G.K. Chesterton hielp daar ook goed bij trouwens.

Toen ik Wild at Heart uit had, wilde ik natuurlijk meer lezen van John Eldredge. Het volgende boek dat ik van hem tegenkwam was The Sacred Romance, dat hij eerder al had geschreven samen met Brent Curtis. Dit boek heeft mijn blik op wie God is, en welk belang mijn leven heeft, ingrijpend veranderd. Volgens Curtis en Eldredge is God niet passief, buiten zijn wereld, maar is hij intens op de wereld betrokken. Hij is niet alleen de auteur van het verhaal, maar tegelijkertijd de hoofdpersoon, niet alleen van de wereldgeschiedenis, ook van ons leven. Hij is de held die naar zijn geliefde op zoek is en die alles gebruikt om haar voor zich te winnen. We leven in een liefdesverhaal tegen de achtergrond van een kosmische strijd. Als we zo ons leven zien winnen onze keuzes aan betekenis. We kunnen 'mindere minnaars' achter ons laten, en weerstand bieden aan de pijlen die de tegenstander op ons afschiet. En voor ons ligt de blijde hereniging, het 'happy end' van de geschiedenis. Dit boek was een verademing, en maakte het christelijk leven voor mij relevant en aantrekkelijk.

Nog één aflevering te gaan...

[While at the horizon the office buildings of Rotterdam are visible above the mist as the towers of a mysterious castle, I'll continue with this first official series at my blog. And the closer we near the present, the denser the books that changed my mind. Of course I hope the reason for that is my increased openness to be changed, but another possibility is my failing memory.

About three years ago a friend leant me the book Classic Christianity by Bob George. In that time I was still wrestling with the question how to live a christian live. I was convinced of the importance of grace, I knew from my 'bible study period' that just a sense of duty was not enough, and I had become allergic to laws and rules. But how could I live then? This book spoke to me because the author had the same background as I. For years he had lived based on his sense of duty and his own efforts, until he realised he had become estranged from God. Bob George uses the bible, lively examples and talks with his cliënts, to show what he thinks is the authentic christian life. He explains that the work of Jesus has made possible a great exchange. Jesus carried my sins and I obtained the holiness of Jesus. So now I can look at myself as a new man, a beloved child of the father. That's a wholly different self image. Then the bible says: "You are light in the lord. Walk as children of light." Bob George phrases it this way: "You are no longer a caterpillar, but a butterfly. So don't stay perched on your leaf, but soar!" A life without God doesn't fit me anymore. I may choose to leve like the person I really am. I have seen this really sets you free.

In may 2004 I went to a conference that will always stay with me. One of the reasons is: there I bought my first John Eldredge book. Yes, that name is mentioned often on my blog, and for a reason. The book I bought then was Wild at Heart. A friend of mine had recommended this book by saying the author quoted a lot of movies. Well, of course that was intriguing. Wild at Heart is about men. According to Eldredge men know three deep desires: for a battle to fight, an adventure to live and a beauty to rescue. In this way man bears the image of God. Sadly the image of God in many men is marred by negative words and impressions he hears form society, but mostly by his father. The good news is: God wants to restore us, he wants to heal the wounds in our hearts, so that we can live freely. This was the first time I heard what it meant to be a man, and that it was something good. That the desires of my heart were not childish, but reflected the image of God in me. Whoa! I think I've read this book four times now...

At the same conference I bought the book You're Someone Special by Bruce Narramore. That year I wrestled with a fairly negative self image and I still thought the bible wanted me to think negatively about myself. In this book Narromore explains that we should really respect ourselves, like we respect other people, because we and they are created as images of God. No matter how deep we may sink, that remains true of us. He disarms the false teaching of 'self-condemnation', that teaches us to think badly of ourselves and put our selves away to let God work through us. No, God has made each of us indiviually acoording to his image, and he loves us very much. Last month I reread this book and it spoke to me again. Now I recognized his description of how we develop a negative self image: how we deveolop an 'ideal self' by the expectations of our parents and society, an ideal we can never fulfill, and how subsequently we punih ourselves for not being true for this unobtainable ideal. That was really enlightening to me, and gave me the will and the desire to put away this false ideal and punishing self.

Because I've always been a fan of SF- and fantasy stories, I've often thought of how to combine my love for the imaginative with my christian faith. Of course J.R.R. Tolkien was my great example (having read The Lord of the Rings four times, with a fifth time coming soon). So I was happy when I found a book with his shorter tales that contained his essay: About Fairy stories. I've studied this essay and used it in a group about Tolkien, because he very beautifully explains why we need fairy tales, myths and legends. Firstly to keep a clear view of reality, so that dulled truths once again start to live. Secondly to show us this world is not all that is, to remind us of what is beautifull and important. This is a healthy way of escape, that lets us retorn with the desire to change our situation. Thirdly to incite our desire. Finally to remind us of the comfort of the happy ending, the sudden turn to good. That is a reminder of the gospel, that at its deepest part ended with the resurrecton. About fairy stories helped me understand the meaning of imagination. Another helpfull resource was Orthodoxy by G.K. Chesterton.

After I finished Wild at Heart I wanted to read more by John Eldredge. The next book of his I found was The Sacred Romance, a book he had written before together with Brent Curtis. This book really changed my view of God and of the meaning of my life. According to Curtis and Eldredge God is not passive, outside of his world, but he is intimately concerned with his creation. He is not only the author of the story, but also the hero, not only of world history, but also of our lives. He is the hero seeking his beloved and using everything to woe her. We live in a love story against the background of a kosmic war. If we see our lives in this way our choices become important. We find we can leave lesser lovers behind us and fight against the arrows the adversary points at us. And waiting for us is the happy reunion, the happy end of history. This book was a breath of fresh air, and made life as a christian a good thing.

One more episode to go...]

Monday, December 18, 2006

Levensveranderde boeken, deel II (Life changing books, part II)

Zoals beloofd, vandaag meer boeken die mijn denken hebben veranderd.

Om te beginnen een boekje van Willem Ouweneel (Ja, ik zei toch dat ik fan van zijn boeken was?). Het Koninkrijk Gods en de Staat is maar een dun boekje, dat de invloed van christenen in de politiek verdedigt. Nu ben ik helemaal niet geïnteresseerd in politiek of in staatskunde of dergelijke onderwerpen, maar dit boekje introduceerde voor mij een belangrijk onderscheid, namelijk tussen structuur en gerichtheid. Ouweneel betoogde dat de structuren in onze samenleving zoals ze zijn geschapen of ingesteld goed zijn, maar dat ze verkeerd gericht kunnen zijn. Overal waar een structuur, of dat een gezin, kerk, school of staat is, is gericht op God, breekt het koninkrijk van God door. Als de structuur op de mens zelf is gericht, is het wat de bijbel 'de wereld' noemt. Dus niet de structuren zelf moeten worden afgewezen, zoals ik had opgepikt in mijn opvoeding (die tegen 'de wereld' was), maar we moeten de gerichtheid afwijzen. Hetzelfde kon ik toepassen op mijzelf, zoals ik door God ben geschapen. De structuren van mijn lichaam, wil, emoties en gedachten zijn goed, want naar het beeld van God geschapen. Het gaat erom of ze op God gericht zijn of niet.

Een van de relatief weinige romans die ik las in mijn 'bijbelstudieperiode' was Deadline van Randy Alcorn, een van de christelijke thrillers die in die periode populair was. Het verhaal was spannend, maar waar het mij nu om gaat was één van de verhaallijnen, waarbij een hoofdpersoon na zijn dood in de hemel terecht komt. Natuurlijk was de beschrijving van de eeuwige toestand in dit boek grotendeels speculatie, maar wel inspirerende speculatie. Alcorn beschreef de hemel als een plek van activiteit, niet als een verzameling wolken en mensen met harpen, maar een plek van voortgaande creativiteit, van ontmoetingen met andere gelovigen (C.S. Lewis!) en van betrokkenheid bij het werk van God. Hij verzon zelfs een bibliotheek in de hemel, waar alle literatuur bewaard werd die op de een of andere manier God verheerlijkte. Zo'n beeld sprak mij natuurlijk wel aan. Ik had de hemel altijd gezien als een soort eeuwige kerkdienst, maar dit gaf een beeld dat veel meer paste bij het menszijn. Het hielp mij om in de toekomst te geloven en te vertrouwen dat het goed zal zijn.

Nog voor mijn overspannenheid las ik het Handboek voor de christelijke levenskunstenaar van Christian Schwarz. Jammer genoeg heb ik het boek ooit uitgeleend en nooit teruggekregen van iemand van wie ik nu geen contactgegevens meer heb. Maar ik weet wel dat dit boek me uitdaagde het leven te zien als iets waarvan ik mocht genieten. Dat had ik nooit zo begrepen. Ik dacht altijd dat God wilde dat ik me tot het uiterste inspande, dat ik mezelf wegcijferde. Dingen waarvan ik genoot, die ik deed voor mijn plezier, waren eigenlijk al verdacht. Daarom dat ik geen spannende boeken meer las en ook niet meer schreef. Maar volgens Schwarz heeft God juist het goede met ons voort en is het leven met Hem juist een leven waarin we helemaal tot ontplooiing komen en kunnen genieten van zijn schepping. Heel inspirerend.

Toen kwam er een periode van overspannenheid, waarin ik twee jaar lang niet uit de bijbel las, en drie jaar lang niet kon bidden. Ook bijbelstudieboeken las ik die periode niet. Ze zieden me gewoon niets meer. Ik bleef natuurlijk wel nadenken, en ik ontwikkelde een ander wereldbeeld en een ander mensbeeld. Toen ik weer begon te bidden, probeerde ik op een persoonlijke manier met God te praten, terwijl ik naar mijn werk wandelde. Ik ervoer opeens veel meer de realiteit van God, en hoe Hij ook luisterde en antwoord wilde geven in mijn gedachten. Een boek dat mijn manier van praten met God bevestigde was Genieten van Gods nabijheid van Janet Johnson. Zij beschreef hoe ze was afgeknapt op het bidden volgens lijstjes en met een gebedsboek. Zo'n geordende manier van omgaan met God werkte voor haar niet. Ze bleef daarover gefrustreerd, tot ze zich realiseerde dat ze gewoon met God kon praten. Op elk moment van de dag kon ze zich bewust zijn dat God bij haar was en dat ze alles tegen hem kon zeggen. Zo werd God realiteit, niet alleen maar tijdens het halve uurtje bidden, maar gedurende de hele dag. Ik moet mezelf daar ook nog vaak aan herinneren.

Een andere schrijver die ik opnieuw ontdekte na mijn periode van overspannenheid was de amerikaanse journalist Philip Yancey. Ik had al eerder dingen van hem gelezen, maar ik kon er nooit veel mee. Zijn zoekende, vragende mentaliteit botste met mijn houding van rotsvaste zekerheid en vertrouwen in kennis van de bijbel. Maar nu begreep ik hem eindelijk. Hij beschrijft in zijn boeken zijn opvoeding in een strenge, wettische gemeente, hoe dat zijn denken en zijn relatie met God vormde en hoe hij later probeerde een gezonder beeld van God en van het christelijke leven te vormen. Op die reis werd hij gestimuleerd door een heel aantal christelijke schrijvers en ontmoetingen met leiders over de hele wereld. Zijn boek Genade, wat een wonder was voor mij een verademing. Hij beschrijft de totale radicaliteit van Gods genade, Gods aanvaarding ook voor mensen die wij als het uiterste uitschot zien. Hij laat zien hoe wij die genade in geen enkel opzicht verdiend hebben, en ook in ons leven nooit kunnen verdienen, maar hoe God ons toch bij zich wil hebben. Hij heeft daar zelf alles voor gedaan dat nodig was. En die genade, de wetenschap dat God ons werkelijk zonder enige voorwaarde omarmt, is een levensveranderde gewaarwording. Binnenkort ga ik dit boek voor de derde keer lezen.

Kom morgen terug voor meer!

[More books today that have changed my view of life.

The first is another booklet by Willem Ouweneel (Well, I said I was a fan of his books, didn't I?). Het Koninkrijk Gods en de Staat (untranslated) is only a small book, that defends the influence of christians in politics. I'm in no way interested in politics or sociology, but this book introduced a very important disctinction, the distinction between the structure and the direction fo something. Ouweneel stated that the structures in our society as they were created are good in themselves, but that their direction can be bad. Everywhere where a structure, be it a family, church, school or state, is pointed towards God the kingdom of God is becoming visible. If the structure is pointed to man it's what the bible calls 'the world'. So we should not object to the structures, as I had learned (the church being strongly opposed to anything 'worldly'), but we have to oppose the direction (to man or to satan). The same was true for myself, the way I was created by God. The structures of my body, my will, emotions and thoughts are good, because they are created in the image of God. The question is: are they directed towards God, or towards myself?

Of of the few novels I read in my 'bible study period' was Deadline by Randy Alcorn, one of the christian thrillers popular in that time. The story was exciting, but what mattes in this context was one of the stories, where the protagonist after dieing enters heaven. Of course much of the description of the heavenlies was speculation on the part of the author, but it was inspiring speculation. Alcorn describes heaven as a place of activity, not as a collection of clouds and people with harps. He describes heaven as a place of ongoing creativity, meeting other believers (C.S. Lewis!) and being involved in the work of God. He even imagined a library in heaven, with a collection of all literature of all ages that in any way honored God. You can imagine that an image like this spoke to my heart. I always imagined heaven like a kind of eternal church service, but this was an image that connected much more with being human. It helped me to believe in the future and to trust it would be good.

Just before my break down I read the Handboek voor de christelijke levenskunstenaar by Christian Schwarz. Sadly I leant my book to someone who never returned it and I haven't got his adress. But I know this book inspired me to experience life as something to enjoy. I never saw it like that before. I always thought God wanted me to push myself to the limit, to deny myself. The things I enjoyed, which I did for my own pleasure, were always circumspect. That's why I wouldn't read exciting novels anymore and wouldn't write them either. But according to Schwarz God intended good for us and life with Him is a life that fully comes to fruitition and makes us enjoy his creation. Very inspiring.

Then I entered a period of burn out, and for two years I didn't read in my bible, and for three years I didn't pray at all. I also didn't read christian books in that time. Of course I kept thinking, and I developed another image of creation and of man. When I began to pray again, I tried to talk with God in a more personal manner, as I walked to my work. I experienced the reality of God as he listened and answered in my thoughts. A book that affirmed my way of relating with God was geven in mijn gedachten. Een boek dat mijn manier van praten met God bevestigde was Enjoying the presence of God by Janet Johnson. She described how she wasn't able to pray according to lists and a prayerbook. Such a ordered way of relating to God wasn't working for her. She remained frustrated by her failure, until she realised she could just talk with God in a personal way. At any moment of the day she could be conscious of his presence and she could tell Him everything. In that way God became a reality, not only during a half hour prayer, but during the whole day. I have to remember myself of that often.

Another author I re-discoverd after my burn out was the american journalist Philip Yancey. I read some of his books before, but it didn't connect with me. His searching, asking way of writing was opposed to my mentality of security and trust in my knowledge of bibleverses. But now I finally understood him. In his books he desrcibes how he was raised in a strict, legalistic church, how his thoughts and relationship with God were shaped by that upbringing and how he later on tried to develop a more healthy image of God and of christian life. In that journey he was inspired by a lot of christian authors and by meeting leaders around the world. His book What's so amazing about Grace? was an eye-opener to me. He describes the radicality of God's grace, God's acceptance of people who we see as trash. He shows how none of us has ever been deserving of Gods grace in any way and how we can never work for our accebtance, but He still wants us to be with him. He has done all that was neede for that himself. That grace, the knowledge that God embraces us without any prerequisites, is a life changing experience. Soon I'll read this book for the third time.

Tune in tomorrow for more...

Sunday, December 17, 2006

Levensveranderende boeken, deel I (life changing books, part I)

Ja, ik ben een boeken-liefhebber. Dat zal voor geen van mijn lezers als een verrassing komen. Een wereld zonder boeken zou ondenkbaar zijn. En ik merk dat boeken heel erg bijdragen aan mijn groei als persoon. Ik heb het niet alleen over verhalende boeken, hoewel er daar ook veel tussenzitten die me diep in mijn hart raken en die mij inspireren, maar ik lees ook veel boeken over de bijbel en andere christelijke onderwerpen. Op dit moment ben ik een aantal boeken uit mijn boekenkast aan het herlezen. Onherroepelijk denk je dan terug aan de eerste keer dat je zo'n boek las en hoe ze je denken hebben veranderd. Sommige van deze boeken hebben me op nieuwe ideeën gebracht of mijn visie op bepaalde onderwerpen veranderd. En als je denken verandert, verandert ook je leven. Boeken zijn dus levensveranderd. Omdat ik hierover aan het denken was, ging ik eens bij mijn boekenkast staan om te zien welke boeken vooral mij hebben gemaakt tot de persoon die ik nu ben, meer dan andere. Er zijn er veel van, daarom is dit het eerste deel van een serie.

Het eerste dat ik wil noemen is het boek Godsverlichting van Willem J. Ouweneel. Nu was ik in mijn 'bijbelstudieperiode' een groot fan van deze bioloog, filosoof en theoloog, die ook nog eens een bekend spreker was uit de kringen van de 'Vergaderingen'. Dit boek verscheen in 1994, het jaar dat ik begon te studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. Ik weet nog steeds hoe ik dit boek las rond kerst in een huisje in een vakantiepark met mijn ouders. Voor die tijd verdedigde ik fel het standpunt dat de visie van de 'Vergaderingen' op onderwerpen als avondmaal en gemeentevormen de enige juiste was, wat leidde tot de ongelukkige gedachte dat andere kerken 'het licht niet hadden'. Mijn eerste jaar op evangelische studentenvereniging Ichthus liet me wat dat laatste betrof niet lang in de waan, maar hoe moest ik dan wel over deze onderwerpen denken? Rond dezelfde tijd begonnen leidende broeders uit de 'vergaderingen' ook vragen te stellen bij lang geaccepteerde standpunten en opnieuw de bijbel te bestuderen naar wat die nou werkelijk zei. Godsverlichting beschreef de ontdekkingen op dat gebied van Willem Ouweneel. Hij beschreef een bijbelser, liefdevoller manier van gemeente zijn, waar echt ruimte zou zijn voor God om zichzelf te laten zien. Hij haalde zelfs liederen aan uit de Opwekkingsbundel. Ongehoord, maar voor mij erg inspirerend. Het bevestigde mij in mijn zoektocht naar een opener manier van omgaan met andere christenen.

Een ander boek dat in dit proces een grote rol speelde was Water, Wijn en Waarheid van Henk P. Medema uit 1997. Ondertussen bezocht ik de zogenoemde Betteld-conferenties, waar werd gesproken over een nieuwe manier van gemeente zijn. En in die tijd was het postmodernisme een 'hot' onderwerp, onder andere op mijn studentenvereniging. Henk Medema was iemand voor wie ik veel respect had, en nog steeds heb, vooral vanwege zijn heel eerlijke benadering van moeilijke onderwerpen. En in dit boek legde hij uit wat het postmodernisme inhield, hoe het onze maatschappij en onze geloofsbeleving beïnvloedde en hoe christenen de eeuwige waarheid konden blijven verwoorden in een cultuur die niet meer in waarheid geloofde. Het maakte op mij diepe indruk. Ik leerde van dit boek dat er verschillende vormen van waarheid zijn. Alleen de diepste waarheid van God, die Hij heeft laten zien in zijn Zoon, Jezus Christus, is onwankelbaar en vast. Al onze theologische systemen en leerstellingen zijn niet zo onwankelbaar, omdat ze door mensen zijn opgesteld. Ze kunnen de waarheid misschien wel benaderen, maar ze zijn niet dé waarheid. Dit hielp mij om de leerstellingen van de 'Vergadering der gelovigen', die ik altijd voor absoluut en onwankelbaar had gehouden, te relativeren, zonder me direkt een ketter te voelen. Ook bevestigde Medema in dit boek het belang van verhalen, ik de periode in mijn leven dat ik mijn liefde voor verhalen probeerde te onderdrukken.

Ergens in deze periode las ik het boek Leven door de Geest van F. A. Schaeffer. Vanaf de laatste jaren van de middelbare school had ik mij gewijd aan het bestuderen van de bijbel. Ik verslond bijbelstudieboeken, maar daarnaast ook boeken gewijd aan de apologetiek, dat is de intellectuele verdediging van het geloof. Vooral Schaeffer en Lewis spraken mij heel erg aan. Van beide heb ik dan ook een heel aantal boeken nog steeds in mijn bezit. Dit boek is echter niet zozeer een apologetisch boek, maar beschrijft zijn wereldbeeld, waarbij hij zich afvraagt hoe het kan dat christenen in God geloven, maar er geen effect zichtbaar is in hun leven. Toen ik het laatst herlas viel mij op hoe hij aantoont dat we voortdurend ons afhankelijk moeten weten van het werk van Christus voor ons en in ons, en hoe daardoor een significant herstel tot stand wordt gebracht in onze psychologie, in onze relaties en in onze samenleving. Maar ik denk niet dat ik me toen al bewust was van alle gaten in mijn eigen hart. Wat me toen aansprak was zijn opmerking dat we als christenen wel zeggen te geloven in God, maar dat we vaak gaan zitten op de stoel van de ongelovige. We leven als agnosten of atheisten. In de praktijk handelen we niet naar ons geloof. Dat inzicht stimuleerde mij om God als realiteit te willen ervaren en niet alleen maar als intellectueel construct.

Een ander boek dat me tegenwoordig in andere opzichten aanspreekt dan toen ik het de eerste keer las (hoewel ik het nu al minstens drie keer gelezen heb) is Wonderen van C.S. Lewis. Deze vriend van Tolkien (Ha, heb ik hem toch genoemd!), heeft niet alleen maar kinderboeken en SF-verhalen geschreven, maar ook boeken die het geloof verdedigden. Dit boek legt uit dat wonderen mogelijk zijn. Wat mij nu aanspreekt is zijn beschrijving van de vleeswording van Christus en hoe het de bedoeling van God is de schepping te vernieuwen. Maar toen waren er twee dingen die mij troffen. De eerste is Lewis' opmerking dat als onze gedachten alleen maar voortkwamen uit de fysische bewegingen van atomen of neuronen, geen enkele uitspraak 'waar' kon zijn, ook niet die dat gedachten alleen maar uit atomen voortkomen. De bewegingen van atomen, door de fysica tot stand gebracht, hebben geen verband met 'waarheid' of 'onwaarheid'. Dit was voor mij een belangrijk gezichtspunt in mijn denken over de hersenen en het werkelijk bestaan van mijzelf als persoon. Het andere element dat me aansprak was Lewis' uitleg van de natuurwetten. Hij maakte duidelijk dat natuurwetten beschrijvingen zijn van wat God in het universum doet. Het universum is niet als een opgewonden klok die uit zichzelf afloopt. Nee, God is er actief in en 'onderhoudt alle dingen'. Dat de aarde om de zon draait, of een elektron om een proton is volledig het werk van God. Daarom is een brood dat gebakken is uit graan van een akker net zo goed het werk van God als het brood van de wonderbare spijziging, en daarom kan ik God net zo goed danken voor een genezing door een paracetamol als voor een wonderbaarlijk herstel. Het hielp me niet alleen om met wetenschap om te gaan, maar ook om God te zien in de gewone dingen. Lezers van Neptunus zullen dit beeld herkennen. Ik heb het van Lewis.

Een vijfde boek (en het laatste voor deze aflevering), is het boek Geloven is weer mens worden, van Jerram Barrs en Ranald Macaulay. Dit boek heeft echt mijn denken veranderd. De schrijvers (ik herken nu pas hoezeer ze zijn geïnspireerd door Francis Schaeffer), gaan ervan uit dat de mens is geschapen naar het beeld van God, en dat het beeld van God in de mens is hersteld door het werk van Christus. We moeten als christenen dus niet het menselijke minderwaardig achten of terzijde schuiven, maar juist volledig als mensen leven. Het menselijke verstand, de wil, emoties en creativiteit zijn juist waardevol, omdat ze Gods eigenschappen weerspiegelen. Het boek strijdt tegen platonische ideeën in het christendom, die een superioriteit van het geestelijke boven het menselijke argumenteren. Elke leer die leidt tot een verminderd belang van het menselijke is een dwaalleer. Dit heeft radicaal mijn beeld op de mens en op mezelf veranderd. Ik dacht ooit dat mijn 'ik' slecht was, dat ik mijn eigen verlangens, passies en ideeën opzij moest schuiven en me moest laten leven door God. Door dit boek leerde ik dat God juist wil dat ik als mens leef, mijn eigen verlangens ontwikkel en zelf mijn keuzes maak in relatie met hem. Vooral tijdens mijn overspannen periode, waarin ik worstelde met bidden en bijbellezen, hebben deze gedachten mij voorbereid op een meer persoonlijke, menselijkere manier van omgaan met God. Ik kan dit boek niet genoeg aanbevelen.

Volgende keer meer boeken die mij op de een of andere manier hebben aangeraakt.

[Yes, I love books, hardly a surprise for the regular reader of this blog. A world without books would be unimaginable. And I must admit that books do contribute to my development as a person. And I'm not just talking about stories here, though there are lots of novels that touch me deeply and inspire me, but I also read a lot of books about the bible and christianity. I'm currently re-reading a lot of books from my bookcase and irrevocably start to muse about the first time I read them and the way they changed my conceptions. Some of these books created new ideas and changed the way I thought about different subjects. And when your thoughts are changed, your life changes too. So books can change your life. Thinking about the effect of these books I walked up to my bookcase to see which books more than others have made me into the person I am now. There's quite of few of them. That's why this is the first part of a series.

The first I want to point to is the (untranslated as far as I know) book Godsverlichting by Willem J. Ouweneel. In my 'biblestudy period' I was a fan of this biologist, filosofist and theologian, who also was a well known teacher among the 'Brethren'. This book appeared in 1994, the year I started at the Leide University. I still remember reading this book on a vacation with my parents that christmas. Before that time I was a staunch defender of the views of the 'Brethren' about the Lord's supper and the way of assembly as the only right one, which lead to the unfortunate thought that other churches 'didn't have the light'. My first year at the christian students association taught me that last part was really not true, but I did not know how else to think about these subjects. Around that time leading teachers from the 'brethren' also started to question accepted viewpoints and started to study the bible afresh to find what it really said. Godsverlichting described the discoveries in this by Willem Ouweneel. He described a more biblical, more loving way of being a church, one where there would be truly room for God to show more of himself. He even quoted evangelical songs, which was 'not done' in my church at that time, but inspired me. It really encouraged me in my search for a more accepting way of engaging other christians.

Another book that played a large part in this process was the also untranslated Water, Wijn en Waarheid by Henk P. Medema from 1997. In the mean time I visited the so called Betteld-conferences, where people from the 'Brethren'-movement talked about a new way of being church. And around this time postmodernism was a hot subject, e.g. on my students association. Henk Medema was and is someone I really respect for his hones way of thinking about hard subjects. And in this book he explained what postmodernism really was, how it influenced our society and our experience of faith and how christians could keep preaching the eternal truth in a culture without a concept of truth. It impacted me very much. I learned there are several levels of truth. Only the deep truth of God, which He has shown in his Son, Jesus Christ, is fundamentally true. Al our theology, our systems and dogma's are not as absolutely true, as they were constructed by humans. They can approach the truth, but they are not the truth itself. This really helped me see the 'truths' of the Brethren, which I had long thought absolute, as relative, without feeling like an apostate. Medema also showed the importance of stories, in the period in my life I tried to suppress my own love of stories.

Sometime around then I read the book True Spirituality by F. A. Schaeffer. From the last years of high school I had devoted myself to studying the bible. I devoured biblestudy books, but also books about apologetics, the intellectual defence of the faith. The writers I admired most were Schaeffer and Lewis, and both still fill relatively large sections of my bookcase. But this book is not really apologetic, but it describes Schaeffers larger view of life, as he asks himself how it is possible for christians to believe in God without any difference to observe in their lives. When I just recently re-read this book I noticed how Schaeffer proves how we are from moment to moment dependent upon the work of Christ for us and within us, and how this translates into a significant restoration in our psychology, relationships and society. But I think at that time I wasn't really conscious of all the brokenness in my own heart. The thing that spoke to me then was his remark how we as christians say we believe in God, but often sit on the chair of the unbeliever. We live like agnosts or atheists. We do not practice what we believe in. This view inspired me to long to experience God as a reality and not only as an intellectual construct.

Another book that currently speaks to me in different ways compared to the first time I read it (and I've read it at least three times now) is Miracles by C.S. Lewis. This friend of Tolkien (I found a way to mention him), did not only write childrens books and Scientifiction, but also apologetic works. This one defends the possibility of miracles. The thing that touched me now is his description of the incarnation and how God's purpose is to renew his creation. At that time there were two things that spoke to me. The first is Lewis' remark that if our thoughts were just caused by physical movements of atoms and neurons no thought could in a real sense be 'true', not even the thought our thoughts are caused by atoms. The movements of atoms, caused by physics, have nothing to do with 'truth' or 'falsity'. This for me helped clarify the mind-body problem and the way I saw myself as a person. The other thing that spoke to me was his explanation of the laws of nature. He illustrates how the laws of nature are descriptions of Gods way of acting in the universe. The universe is not like a wound clock slowly unwinding. No, God is active in it and 'sustains all things'. The earths circling around the sun, or the electron around a proton, is fully the work of God. That is why a bread baked of grain is just as much the work of God as the bread in the miracle of Jesus. And that's why I can thank God for doctors and medines as much as for miraculous healings. This helped me not only in understanding science, but also to see God in daily life. Those who have read my novel Neptunus will recognize this explanation. I was inspired by Lewis.

A fifth book (and the last for this installment) is Being Human, by Jerram Barrs and Ranald Macaulay. This book really changed my way of thinking. The authors (I only now realise the extent in which they were inspired by Francis Schaeffer), take as starting point the fact that man is created in the image of God, and this image of God in men and women is restored because of the work of Christ. Now as christians we may not diminish our humanity, but instead we must start to live fully. The human reason, will, emotions and creativity are worthwile, because they reflect God's atributes. This book opposes platonic influences in christian faith, which defend the superiority of the spiritual above the material world. All teachings that lead to a diminishment of being human are false teachings. This radically changed my view on man and on myself. I once thought my 'I'was bad, and I had to get rid of my own desires, passions and ideas to let God live through me. This book teached me how God wants me to live as a human being, to develop my own desires and make my own decisions in relationship to him. Especially when I was burnt out and wrestled with prayer and biblestudy, these thoughts helped me to develop a more personal, more human way of connecting with God. I can heartily recommend it to everybody.
Next time more books and the way they changed me.]